Ga naar: navigatie, zoeken

Papierfabricage

Papierfabricage demeurs 080.jpg

papierfabricage, voor papiergeld. Aan het papier dat speciaal voor papiergeld wordt vervaardigd, zijn steeds bepaalde voorwaarden gesteld die gevolgen hadden voor de bereiding. Tot ongeveer de Eerste Wereldoorlog werd dit papier handmatig "geschept", nadien werd het machinaal vervaardigd.

Sommige emittenten van papiergeld, zoals de centrale banken van Frankrijk, Spanje en Zweden, beschikken uit veiligheidsoverwegingen over eigen papierfabrieken. In Nederland en België heeft men voor dit doel steeds een beroep gedaan op hoog gekwalificeerde particuliere papierfabrikanten.

Het papier voor het Nederlandse papiergeld werd geleverd door o.a.: J.H. Gunningh en Co. te Apeldoorn (voorlopige bankbiljetten 1814), Jan Kool & Comp. te Zaandijk (1814-1877),C. en J. Honig Breet te Zaandijk (1843-1877), Erven Dirk Blauw te Wormerveer (1877-1879), J. van Houtum te Ugchelen, voortgezet als Van Houtum & Palm en later als VHP Veiligheidspapierfabriek (1880-heden). Incidenteel werd een beroep gedaan op J.H. Ameshoff te Apeldoorn (1837), Van Gelder & Zonen te Apeldoorn (1914), Kon. Papierfabriek v/h Pannekoek & Co. te Heelsum (1921-1943) en de Zweedse fabrikant Tumba- Bruk (ca. 1975).

Voor de vervaardiging van Nederlandse bankbiljetten in Engeland stelde de Bank of England in 1944 een contingent van haar bankbiljettenpapier ter beschikking, vervaardigd door Messrs. Portals Ltd. en door John Smith & Co. banknote mouldmakers. De Nationale Bank van België betrok haar papier van de firma Demeurs te Sint Genesius-Rode.

G.