Ga naar: navigatie, zoeken

Namen

Namen,

1. Graafschap met als hoofdplaats de stad met dezelfde naam, ontstaan uit de Karolingische Lommegouw die lag tussen de Maas en de Samber. Er is door enkele Merovingische monetarii (Merovingische munten) en door enkele Karolingers (Karolingische muntslag) te Namen aangemunt.

Tot aan het einde van de 12e eeuw wisselden de grenzen van het graafschap herhaaldelijk door gebiedsverlies ten gevolge van expansie van de omliggende vorstendommen, waarbij Brabant (met o.m. de gebieden rond de abdijen Nijvel en Gembloers) en Luik (o.a. Dinant) de meeste winst boekten.

Het oorspronkelijke gravengeslacht stierf in de mannelijke lijn uit na de dood in 1196 van Hendrik I, die tevens als Hendrik IV graaf was van Luxemburg (1136-1196). De kinderloze Hendrik had zijn bezittingen al toegezegd aan Boudewijn V van Henegouwen (1171-1195), zoon van zijn zuster Adelheid, die tevens als Boudewijn VII over Vlaanderen regeerde. Toen uit zijn tweede huwelijk toch nog in 1186 een dochter Ermesinde werd geboren, probeerde hij zijn testament ten gunste van haar te veranderen, hetgeen hem in oorlog bracht met Boudewijn en diens bondgenoot, de Duitse keizer, die Boudewijn in 1188 met Namen beleende. Er ontstond langdurige strijd over het bezit van het graafschap Namen (Boudewijn nam Namen in 1190 in bezit waardoor Ermesinde alleen in Luxemburg kon opvolgen) die pas bijgelegd werd in 1263 toen de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre (1278-1305) door de andere pretendenten erkend werd. In deze periode is aangemunt door Hendrik van Vianden, zwager van Hendrik II van Namen (1226-1229) en Hendrik V de Blonde, zoon van Ermesinde, graaf van Luxemburg (1247- 1281).

Namen kreeg weer een eigen graaf toen Gwijde in 1295 afstand van Namen deed ten gunste van zijn jongste zoon Jan. Zijn nakomeling Jan III (1418-1429) verkocht in 1421 Namen aan de Bourgondische hertog Philips de Goede, die hem daardoor na zijn dood opvolgde. Daarna volgde Namen de lotgevallen van de Bourgondische Nederlanden en later Zuidelijke Nederlanden.

Tijdens de Spaanse Successieoorlog stond Philips V de Zuidelijke Nederlanden af aan Maximiliaan Emanuel van Beieren die van 1711-1714 over Namen regeerde. Door de geringe omvang van het graafschap en de zwakke economische positie is de muntslag van Namen altijd beperkt van omvang geweest.

Uit de 10e en 11e eeuw zijn anonieme penningen bekend, geslagen te Namen en Dinant, waarbij op een aantal daarvan de namen van de Duitse keizers Otto en Hendrik voorkomen. Pas met Albert II (1018-1064) verschijnt ook de naam van de graaf op de munten. Rond 1340 heeft er een monetaire unie bestaan tussen Adolf van der Mark, bisschop van Luik (1313-1344), Jan de Blinde, graaf van Luxemburg (1309-1346) en Willem I van Namen (1337-1391). Het betrof groten van het Vlaamse type en halve groten van Engels type (gekroonde koning en face) met de namen van de drie vorsten erop vermeld. Van Willem I is ook een gulden bekend, de enige gouden muntsoort van Namen, vóór de overname door Philips de Goede. Het zilvergeld uit Namen bestond bijna zonder uitzondering uit imitaties van bekende typen van de naburige vorstendommen. Tijdens Jan III (1418-1429) is er eigenlijk alleen nog maar kleingeld geslagen.

Philips de Goede opende reeds in 1421 een munthuis te Namen waar hij zilveren braspenningen van Vlaams type en gouden schilden (schild, gouden) van Hollands type liet slaan, gevolgd door Brabantse gouden pieters (pieter, gouden) , maar op een lagere muntvoet; de gouden munten zijn alleen door kleine onderscheidingstekens (punten onder letters) te herkennen.

Tijdens de regering van Philips de Schone is er aangemunt van 1497- 1504 en daarna nog op zeer beperkte schaal onder Philips II in 1578-1579 en in 1592. Maximiliaan Emanuel van Beieren opende te Namen een munthuis omdat de rest van het land voor hem verloren was.

Het wapen van Namen, ingevoerd door Gwijde van Dampierre, is het Vlaamse wapen (zwarte leeuw op een gouden veld), gebroken door een rode schuinbalk; zijn zoon Jan I voegde hieraan een rode kroon op het hoofd van de leeuw toe.

Zie voor de overige muntplaatsen in de Nederlanden de lijst muntplaatsen.


Lit.:

Chalon, R., Recherches sur les monnaies des comtes de Namur, Brussel 1860, supplement 1870; Mey, J. de, Les monnaies de Namur' 946-1714, Brussel 1971.

2. gemeente in de provincie Namen waar tijdens de Eerste Wereldoorlog twee emissies noodbiljetten (noodgeld) zijn uitgegeven, één gedateerd 15 juli 1918 en één ongedateerd.

Zie voor de overige plaatsen in de Nederlanden waar papiergeld is uitgegeven de lijst papiergeldplaatsen.



  • Dubbele stuiver namen phs schone dubbele st 1502 mt vuurijzer.jpg
  • Namen dubb soev 1712.jpg
  • Namen groot jan I.jpg
  • Namen maille.jpg
  • Namen max em soeverein 1711.jpg
  • Namen maximiliaan emanuel daalder 1712.jpg
  • Namen muntheren.jpg