Ga naar: navigatie, zoeken

Motto

motto, ook (beeld)devies, leus of zin; Lat. bagia (merk), Fr. bage, Eng. badge, Du. Bilddevise. In de 14e eeuw ontstond als individuele reactie op de inmiddels erfelijk geworden wapens de behoefte om persoonlijke kentekens te voeren. Deze hebben veelal een allegorisch karakter en worden vaak vergezeld van een bijbehorende zinspreuk of devies. Op den duur ontwikkelden zich uit deze persoonlijke kentekens ook weer gemeenschappelijke beeldmerken van families, groepen en landen die men wel op munten en penningen aantreft.

Enkele voorbeelden: andrieskruis, Bourgondische huis;

adelaar (koninklijke macht, moed en kracht), Frederik Willem I van Pruisen, in combinatie met Non soli cedit (Hij wijkt niet voorde zon);

bedelnap (armoede), Geuzen, in combinatie met En tout fidelles au roy (In alles trouw aan de koning) of Jusqu'a porter la besace (Tot aan de bedelzak);

distel, Schotland, in combinatie met Nemo me impune lacessit (Niemand tergt mij ongestraft);

dolfijn (vorstelijk gezag), de dauphin (kroonprins van Frankrijk);

granaatappel (vruchtbaarheid en eendracht), Granada;

griffioen (soevereine macht), vorsten uit het Beierse huis en Bourgondische huis;

hamer en sikkel (arbeid), communistische landen;

hermelijn (voorzichtigheid, moed, onschuld), hertogen van Bretagne, in combinatie met A ma vie (Voor mijn leven);

juk (dienstbaarheid, beproeving, huwelijk), Ferdinand van Aragon;

lelie (koninklijke bloem, vrede, reinheid), Franse koningen, in combinatie met Liliae non laborant neque nent (De leliën arbeiden niet noch spinnen);

maan (halve), islamitische landen;

pijlenbundel (eendracht), Isabella van Castilië, Edelen van het Verbond (nadat Margaretha van Parma bezwaar had gemaakt tegen de bedelnap), de Unie van Utrecht (1579) en de Staten-Generaal, de laatste in combinatie met Concordia res parvae crescunt (Door eendracht groeien kleine zaken);

roos (koningin der bloemen, levensbloem, liefde, aardse vergankelijkheid);

- (rode), Huis Lancaster/Tudor, Engelse koningen, in combinatie met Dieu et mon droit (God en mijn recht);

- (witte). Huis York;

salamander (ongenaakbaarheid), Frans I van Frankrijk, in combinatie met Nutrisco et extinguo (Ik voed en verdelg);

stekelvarken (weerstandsvermogen), hertogen van Orleans, in combinatie met Cominus et eminus (Van dichtbij en van verre);

struisveer (ridderlijke waardigheid), Edward III van Engeland overgenomen door zijn zoon Edward, the Black Prince, vermeerderd tot drie veren en sindsdien het zinnebeeld van de prins van Wales, de kroonprins van Groot-Brittannië, in combinatie met Ich dien;

vuurslag (verzengende kracht), Karel de Stoute, in combinatie met Je l'ay emprins (Ik heb het ondernomen) en het Bourgondische Huis in combinatie met Ante ferit quam flamma micat (Hij slaat voordat de vonk schittert);

ijsvogel (op drijvend nest) (godsvertrouwen), Willem van Oranje, in combinatie met Saevis tranquillus in undis (Rustig te midden der woelige golven);

zon (goddelijke macht), Lodewijk XIV van Frankrijk, in combinatie met Nec pluribus impar (Zelfs tegen overmacht opgewassen).

zuilen (van Hercules) (wereldmacht), Karel V, in combinatie met Nondum (Nog niet, t.w. Nondum omnium dierum sol occidit, nog is aller dagen zon niet onder; Livius 39,26,3), na 1520 Plus ultra (nog verder); nadien zinspreuk van de Spaanse koningen;

G.