Ga naar: navigatie, zoeken

Megen

Megen, voormalig graafschap in Noord-Brabant, gelegen op de linker Maas-oever tussen Ravenstein en Oijen. Na het uitsterven van het geslacht van Megen vererfde het op het aanverwante geslacht Dikbier en in 1469 werd het graafschap verkocht aan Gwijde van Brimeu. Te Megen heeft een vrij omvangrijke aanmunting plaats gehad van ca. 1380-1451, die navolgingen van o.a. Vlaamse, Hollandse en Gelderse typen omvatte.

In de 16e eeuw werd Karel van Brimeu (1549-1572, kleinzoon van genoemde Gwijde) door de keizers Ferdinand I en Maximiliaan II in zijn muntregaal hersteld, doch hij maakte daarvan geen gebruik wegens bezwaar van de regering te Brussel (Philips II). Zijn nicht en opvolgster, Maria van Brimeu, huwde in 1580 (in tweede echt) met Karel van Croy, prins van Chimay, van wie zij echter in 1584 weer scheidde. Als graaf van Megen heeft Karel in 1583-1584 te Gorinchem daalders laten slaan. Maria van Brimeu heeft na haar scheiding de muntslag aldaar voortgezet tot 1587 met dubbele en enkele nobels, Bourgondische rijksdaalders en drieplakken. Het wapen van Megen bevat in goud een schildhoofd van rood.

Zie voor de overige muntplaatsen in de Nederlanden de lijst muntplaatsen.

muntheren muntplaatsen

Jan III 1359-1415 Megen vanaf ca. 1380 Elisabeth 1415-ca. 1420 Megen Jan V 1438-1469 Megen tot 1451 Karel van Croy 1580-1584 Gorinchem 1583-1584 Maria van Brimeu1572-? Gorinchem 1584-1587

Lit.: Gouw, J.L. van der, Marie de Brimeu, De Nederlandsche Leeuw (1947)1-56; Lucas, P., Monnaies seigneuriales mosanes, Walcourt, 1982.


  • Megen, Jan III (1359-1414), groot, zilver.
  • Megen, Maria van Brimeu (1572-ca. 1587), Bourgondische rijksdaalder, z.j., zilver.