Ga naar: navigatie, zoeken

Maundy money

Groot-Brittannië, George VI (1936-1952), Maundy Set 1940, Zilver, bestaande uit 1 penny, 2, 3 en 4 pence.

maundy money, Britse munten die op Maundy Thursday (= Witte Donderdag), de dag vóór Goede Vrijdag, als onderdeel van een godsdienstige plechtigheid aan behoeftige mensen op leeftijd worden geschonken.

De term "maundy money" wordt gebruikt sinds George II (1727-1760).

De oorsprong van het gebruik en de naamgeving ligt in het "mandatum" (= opdracht) dat Christus zijn discipelen gaf; onder het laatste Avondmaal waste Hij hun voeten als teken van nederigheid en beval hen evenzo ten opzichte van elkaar te handelen.

Koning Jan zonder Land (1199- 1216) zou tijdens de voetwassing voor het eerst geld, in combinatie met kleding en voedsel, hebben uitgedeeld. Tegenwoordig wordt alleen geld uitgedeeld en ligt de nadruk meer daarop dan op de oorspronkelijke betekenis van de ceremonie.

Naast een bedrag in gewoon geld ontvangen de uitverkorenen maundy money in witte beurzen met rode riemen, bestaande uit groat, threepence, half-groat en penny (4-, 3-, 2- en 1-pennystukken).

Het is nog onduidelijk wanneer men ophield normale circulatiemunten uit te delen en wanneer men overging op de uitdeling van speciaal voor dit doel geslagen zilveren munten, het maundy money. Aangenomen wordt, dat maundy money als zodanig voor het eerst onder Karel II (1660-1685) is vervaardigd, aanvankelijk alleen bestaande uit zilveren pennies, aangevuld met normale circulatiemunten van 4, 3 en 2 pennies. Deze drie denominaties schijnen vanaf ca. 1780 ook speciaal geslagen te zijn, maar vanaf 1822 is dit zeker.

De hoeveelheid maundy money, die aan de behoeftigen geschonken wordt, wordt bepaald door de leeftijd van de koning(in), voor elk jaar één penny. Het maundy money is het enige Britse zilvergeld dat ook na de decimalisering nog met de oude typen wordt geslagen. In 1920 werd het gehalte van al het Britse zilvergeld, inclusief het maundy money, verlaagd tot 0,500, maar na de afschaffing van het gebruik van zilver voor circulatiemunten werd het zilvergehalte in maundy money in 1946 weer teruggebracht op het oude niveau (0,925).

Tot 1909 was er geen beperking ten aanzien van de oplage, zodat ook verzamelaars via de bank over maundy money konden beschikken.

Daarna is de oplage beperkt tot ca. 1000 stuks en alleen bestemd voor de behoeftigen en aan de ceremonie deelnemende hoogwaardigheidsbekleders.

Het aantal behoeftigen dat voor de plechtigheid wordt uitgenodigd, bedraagt ongeveer het dubbele van de leeftijd van de koning(in).

W.

Lit.: Bradley, H.W., A Handbook of Coins of the British Isles, Londen 1978, biz. 93-97; Linecar, H.W.A., Coins, Practical Handbook for Collectors, Londen, 1962, biz. 118-125; Robinson, B., Silver, pennies & linen towels, the story of the Royal Maundy, Londen 1992.