Ga naar: navigatie, zoeken

Luik, prinsbisdom

Luik, prinsbisdom, dat in zijn grootste omvang ongeveer de huidige provincies Luik en Limburg omvatte, benevens delen van Namen, Luxemburg, Henegouwen en Ned. Limburg. De bisschoppen, aanvankelijk gevestigd te Tongeren en nadien te Maastricht, maar sinds de 8e eeuw te Luik, verkregen in de 10e eeuw het wereldlijk gezag en behielden hun zelfstandigheid, binnen het kader van het Duitse Rijk, hoewel het land was ingeklemd tussen delen van de Bourgondische, later Spaanse en Oostenrijkse Nederlanden. In 1794 werd het bij de Franse Republiek ingelijfd; in 1814 werd het deel van het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland), in 1830 van België.

Reeds in Merovingische en Karolingische tijd (Merovingische munten, Karolingische muntslag) is in verschillende plaatsen van het latere prinsbisdom gemunt. In de loop van de 10e eeuw begint de reeks van door de bisschoppen uitgegeven munten, die eerst nog de namen van de Duitse koningen en keizers dragen. Pas bisschop Theodwin (1048-75) plaatst zijn eigen naam erop. In de volgende eeuwen zijn in diverse muntplaatsen, waarvan Luik, Maastricht en Hoei de voornaamste zijn, zilveren penningen van zeer gevarieerde typen geslagen.

Aanmunting van grotere munten, eerst sterlingen van Engels type en groten naar Frans voorbeeld, begint tegen het eind van de 13e eeuw.

In de 14e eeuw ontwikkelt zich een belangrijke muntslag in zilver met zelfstandige beeldenaars en eigen denominaties, waaraan in het midden van de eeuw ook goudstukken worden toegevoegd.

In de 15e eeuw wordt de overwegende invloed van het machtige buurland, de Bourgondische Nederlanden, merkbaar. Onder bisschop Lodewijk van Bourbon (1456-82), neef van Philips de Goede, worden de beeldenaars van de Bourgondische munten overgenomen en is de waarde van het Luikse geld gelijk aan het Bourgondische (in Luik meestal Brabants genoemde) geld. De munteenheid is sedertdien de gulden/florin van 20 stuivers/ patards (in Luik ook aidant geheten); deze gulden is echter ingedeeld in 24 sols, een term overgebleven uit het vroegere eigen muntstelsel.

Luik maakt evenals de meeste omliggende gebieden, de grote Bourgondische inflatiecrisis van 1478-1488 en het herstel van 1489/90 mee.

Maar na ca. 1500 slaagt de bisschoppelijke regering er niet meer in de waarde van het geld op peil te houden: de Luikse gulden en stuiver dalen veel sterker in waarde dan de gelijknamige Bourgondische munten, hoewel telkens getracht wordt deze ontwikkeling tegen te gaan. Tegen het eind van de 16e eeuw geldt de Luikse gulden nog slechts een kwart van de Brabantse.

Doordat in het land veel Bourgondische munten circuleren en telkens Luikse munten worden uitgegeven die in uiterlijk en waarde met de Bourgondische overeenkomen, ontstaat er een zeer verwarrende terminologie. Hetzelfde muntstuk kan aangeduid worden als (Brabantse) stuiver/patard of als een stuk van 4 (Luikse) aidants; het achtste deel daarvan heet (Brabantse) duit/gigot of 1/2 (Luikse) aidant van 12 sols.

Onder de bisschoppen uit het Beierse hertogshuis, die tegelijk aartsbisschop van Keulen waren (1581-1688), wordt de Luikse muntslag wat zelfstandiger. Maar de waardecijfers, oplopend van 30 tot 38 (Brabantse) stuivers, op de daalders van bisschop Ferdinand tonen dat de pariteit niet gehandhaafd kon worden; men gaat dan onderscheid maken tussen de echte Brabantse gulden en de Brabants-Luikse gulden die tenslotte nog maar de helft van de eerstgenoemde waard is.

Na bisschop Maximiliaan Hendrik (1650-88) neemt de omvang van de Luikse aanmuntingen sterk af. Er worden nog slechts sporadisch gouden munten en grotere zilverstukken geslagen; in de 18e eeuw is alleen nog een omvangrijke koperaanmunting van bisschop Jan Theodoor voor de circulatie van belang geweest. Verder is er slechts voor representatieve doeleinden aangemunt; daartoe horen ook de zg. sede vacante-munten op naam van het Domkapittel van Sint Lambertus, dat tussen de dood van een prinsbisschop en de installatie van een opvolger het bewind voerde, de laatste emissie van 1792.

Bijgaande tabel geeft een overzicht van het grote aantal plaatsen waar door de Luikse bisschoppen gemunt is. Zie voor de overige muntplaatsen in de Nederlanden de lijst muntplaatsen. Titulatuur en wapens op de bisschoppelijke munten vertonen sedert de 14e eeuw een aantal eigenaardigheden.

Enkele bisschoppen zijn in de loop van hun regering tot kardinaal verheven en vermelden dat soms in het omschrift (Everard van der Marck, Gerard van Groesbeek, Jan Theodoor van Beieren).

Anderen waren tevens keurvorst van het Heilige Roomse rijk en aartsbisschop van Keulen en laten die titels aan hun Luikse voorafgaan (Ernst, Ferdinand, Maximiliaan Hendrik en Jozef Clemens van Beieren).

Dikwijls, maar lang niet altijd, worden ook de titels van enkele afzonderlijke onderdelen van de bisschoppelijke staat vermeld en de wapens daarvan in wisselende combinaties afgebeeld, naast of in plaats van het geslachtswapen van de regerende bisschop. Dat zijn: hertogdom Bouillon (verworven in 1096, maar gedurende lange perioden niet in het feitelijk bezit van de bisschop); wapen: in rood een zilveren dwarsbalk; markgraafschap Franchimont (oud bezit in de omgeving van Verviers); wapen: in zilver drie groene leeuwen; graafschap Loon (verworven in 1366); wapen: vijf balken; graafschap Horn (verworven in 1570); wapen: drie jachthoorns.

Vaak wordt daar nog aan toegevoegd in rood de gouden perron (marktzuil, symbool van de stedelijke vrijheid), het symbool van de stad Luik en een enkele maal het wapen (adelaar) van het graafschap Duras (bij Sint-Truiden).

E. v. G.

Lit.: Chestret de Haneffe, J. de, Numismatique de la Principauté de Liège, Bruxelles 1890; Supplément, Liège 1900; Mignolet, A., Les monnaies de la principauté de Liège, Liège 1986; Frère, H., Numismatique liégeoise. Notes sur la monnaie de compte, in Bulletin de l'Institut archéologique liégeois, 80 (1967), 91-112.


  • Luik 12 sous 1594 maaseik.jpg
  • Luik ecu 1763 sede vacante.jpg
  • Luik engel jan v heinsberg.jpg
  • Luik ernst duit kop nl.jpg
  • Luik ernst duit kop nr.jpg
  • Luik, Ernst van Beieren (1581-1612), 16 sous, 1583, koper, met afbeelding van het Luikse perron.
  • Luik ferdinandusdaalder.jpg
  • Luik ferdinanduspatagon.jpg
  • Luik griffioen elect.jpg
  • Luik halve ernestus.jpg
  • Luik, Jan van Heinsberg (1419-1455), griffioen, z.j, goud.
  • Luik justeerstrepen ducaton jan lodewijk.jpg
  • Luik liard 1750.jpg
  • Luik, Lodewijk van Bourbon (1456-1482), "florin de Bourbon à deux lions", z.j., goud.
  • Luik maximiliaan hend ducaton 1681.jpg
  • Luik muntheren muntplaatsen.jpg
  • Luik otbert maastricht penning.jpg
  • Luik postulaatgulden.jpg
  • Luik rosart everard vd mark 1506 1538.jpg
  • Luik, Sede vacante 1784, écu, 1784, zilver, met afbeelding van St. Lambertus.
  • Luik sede vacante patagon 1688.jpg
  • Luik sede vacante schelling 1784.jpg
  • Luik snaphaan everhard vd mark 1525 .jpg
  • Luik tongeren groot jan van arkel.jpg