Ga naar: navigatie, zoeken

Libië

Libië, republiek in Noord-Afrika.

In de Oudheid was de Griekse kolonie Cyrene een belangrijke handelstad met eigen muntslag vanaf ca. 510 tot aan de Hellenistische tijd. Ook tijdens de Romeinse overheersing is er lokaal aangemunt.

Het gebied maakte sinds de 16e eeuw deel uit van het Ottomaanse Rijk, maar kwam in 1911 onder Italiaans bewind. Na meerdere militaire acties tegen de Senussi in de periode 1914-1932 slaagde Italië erin Cyrenaica, Tripolitanië en Fezzan te verenigen in de kolonie Libië.

Op 7 oktober 1951 werd deze kolonie een onafhankelijk koninkrijk en sinds de militaire staatsgreep van 1 september 1969 is Libië een republiek.

Tot 1911 circuleerde er het Ottomaanse geld volgens het systeem 1 pond (lira) = 100 piastres (kurus); 1 piastre = 40 para. Tijdens het Italiaanse bewind werd het Italiaanse geld (1 lira = 100 centesimi) gebruikt. Voorts werden zowel in Libië als in Abessinië en Italiaans Somaliland biljetten van de Banco d'Italia van 50,100, 500 en 1000 lire uitgegeven, die waren voorzien van de opdrukken "Serie speciale Africa Oriëntale Italiana", een datum (14-6/12-9-1938 of 14-1-1939) en "è vietata la circulazione fuori dei territori dell' Africa Oriëntale Italiana" (= mag niet gebruikt worden buiten de gebieden van Italiaans Oost-Afrika).

De Britten brachten in 1942 tijdens de bezetting van Tripolitanië aldaar nog papiergeld in omloop, terwijl de Fransen dat al eerder in 1939 in Fezzan deden.

Het Koninkrijk koos naar Egyptisch voorbeeld als munteenheid het pond = 100 piastres = 1000 millièmes. De Libyan Currency Commission, waarvan de naam in 1963 werd gewijzigd in Bank of Lybia, bracht een reeks biljetten van 5 en 10 piastre en 1/4, 1/2, 1, 5 en 10 Libische pond in circulatie, eerst op naam van het Verenigd Koninkrijk Libië (gedateerd 24 oktober 1951) en vervolgens op naam van het Koninkrijk Libië (gedateerd 1 januari 1952). Voorts werden in 1952 de eerste eigen munten uitgegeven van 1,2 en 5 millième en 1 en 2 piastre met de beeltenis van de koning. In 1965 volgde de uitgifte van een tweede reeks, nu met het koninkrijkswapen, bestaande uit munten van 1, 5, 10, 20, 50 en 100 millième.

Sinds 28 augustus 1971 is de munteenheid de Libische dinar = 1000 dirham, ISO 4217-code LYD en heet de nationale bank "Central Bank of Lybia". Deze heeft ongedateerde biljetten van 1/4, l/2, 1, 5 en 10 dinar in omloop gebracht. In 1975 volgde de uitgifte van weer een nieuwe muntenreeks, nu in dirhams in plaats van in millièmes en met het staatswapen, dat in 1979 werd vervangen door een ruiter. Ter gelegenheid van het Internationale Jaar van de Gehandicapten werden in 1981 een zilveren 5 dinar en een gouden 70 dinar uitgegeven.

Muntheren

Idris 1 1951-1969.

  • Libië, 50 millième, 1965, koper-nikkel.
  • Libie ammon tetradrachme.jpg