Ga naar: navigatie, zoeken

Leeuwengroot

leeuwengroot, Fr. gros au lion; ook wel klauwken, compagnon of gezel (in Lat.: socius). Type-aanduiding voor de Vlaamse groot met de leeuw van Vlaanderen in de beeldenaar. Ingevoerd in 1337 door Lodewijk van Crecy van Vlaanderen (1322-1346) aanvankelijk op een gewicht van 4,05 g en een zilvergehalte van 0,719, later sterk verlaagd.

In 1339 ook geslagen op naam van Lodewijk van Crecy en Jan III van Brabant (1312-1355) gezamenlijk, vandaar de naam socius, compagnon of gezel. In Vlaanderen door Lodewijk van Male (1346-1384) in grote hoeveelheden aangemaakt te Gent en Brugge tot 1365 en in vele andere gewesten nagevolgd.

Op vz een gevoet kruis binnen een dubbel omschrift met naam en titel van de graaf en de spreuk BENEDICTVM SIT NOMEN DOMINI NOSTRI IHESV XPISTI (Latijnse spreuken).

Op kz de Vlaamse leeuw binnen het omschrift MONETA COMITIS FLANDRIAE (munt van de graaf van Vlaanderen); het geheel omgeven door een bladerrand. Geslagen werden hele en halve leeuwengroten, kwart leeuwengroten of leeuwkens en halve leeuwkens of achtste leeuwengroten.

G.

Lit.: Ghyssens, J., De leeuwengroten van Lodewijk (II) van Male, JEG (1986) 27-34 met lit.opg.; Serrure, R., L'imitation des types monétaires flamands depuis Marguerite de Constantinople jusqu'd l'avènement de la Maison de Bourgogne (1899, herdruk 1972); Werveke, H. van, Currency Manipulation in the Middle Ages, the case of Louis de Male, Count of Flanders (1949, herdruk Gent, 1968, blz. 259).



  • Leeuwengroot arnold van oreye rummen.jpg
  • Vlaanderen, Lodewijk van Crecy (1322-1346), leeuwengroot, zilver.
  • Leeuwengroot vlaanderen 1322 1346.jpg