Ga naar: navigatie, zoeken

Leeuwarden

Leeuwarden penning bruno III.jpg

Leeuwarden, hoofdstad van en muntplaats in de provincie Friesland. In 1498 nam Albrecht van Saksen de stad in en maakte Leeuwarden tot regeringszetel en residentie. De stad heeft haar centrumpositie in Friesland tot op de dag van vandaag weten te behouden.

De Brunswijkse graven (Brunonen) waren in de 11e eeuw in het bezit van de heerschappij over Friesland gekomen.

Bruno III (1038-1057), Egbert I (1057-1068) en Egbert II (1068-1090) hebben o.a. in Leeuwarden zilveren penningen laten slaan.

In de 15e eeuw heeft Leeuwarden op eigen gezag gemunt, nadat het in 1417 daartoe van de Duitse keizer Sigismund formeel het recht had gekregen. Geslagen werden tussen ca. 1425 en 1440 ongedateerde hele, halve, kwart en achtste kromstaarten. Uit de periode 1472-1487 zijn er gedateerde jagers ( = 2 stuivers), vliegers ( = 1 stuiver), halve vliegers en ongedateerde plakken (= 1/6 stuiver) teruggevonden, die imitaties waren van gelijksoortige munttypen van de stad Groningen. Voorts heeft Leeuwarden tussen 1487 en 1493 vuurijzers geslagen naar het voorbeeld van contemporaine stukken uit de Bourgondische Nederlanden.

Hertog George van Saksen (1504-1515) centraliseerde, als erfelijk gubernator van Friesland, in 1504 het gezag en de muntslag in Leeuwarden. Door hem zijn daar o.a. geslagen Bonifatius-postulaatguldens en naar Bourgondisch voorbeeld dubbele, enkele en kwart stuivers. Karel V richtte in 1527 in Leeuwarden een Munt op, die in 1530 alweer werd gesloten. Uit deze periode zijn o.a. teruggevonden stuivers en halve zilveren realen (met muntteken klimmende leeuw in een schild).

In de periode 1580-1738 was in de Friese hoofdstad een Provinciale Munt werkzaam (muntteken "klimmende leeuw" al of niet in een schild), die in 1752 officieel werd opgeheven. Op grond van ordonnanties van de Staten-Generaal en provinciale reglementen werden er munten geslagen zoals die ook elders in de Noordelijke Nederlanden werden geslagen. Zie voor de overige muntplaatsen in de Nederlanden de lijst muntplaatsen. In de 19e eeuw is in Leeuwarden gevangenisgeld (huisgeld) gebruikt. Krachtens het bepaalde in artikel 19 van het K.B. van 11 febr. 1823, nr. 101, houdende de voorlopige goedkeuring van het reglement van de Dienst der Kantines, moest de prijs van al hetgeen door de kantines zou worden verkocht in fictieve munt worden betaald. Vanaf 1824 zijn op grond van deze bepaling voor het "Huis van reclusie en tuchtiging" te Leeuwarden door een plaatselijke blikslager eenzijdige ijzeren huismunten vervaardigd.

In 1847 werden zij vervangen door bij 's Rijks Munt geslagen zinken huismunten. Met ingang van 1 juli 1861 (K.B. 23 mei 1861, nr. 47, art. 7) werd het gebruik van fictieve munt verboden.

De Provincie Friesland heeft bij de niet meer bestaande drukkerij N. Miedema te Leeuwarden noodbiljetten (noodgeld) van 1 gulden, gedateerd 12 mei 1940, laten drukken.

Om namaak moeilijk te maken werden de biljetten gemaakt van boterwikkelpapier.

De biljetten werden ter inwisseling aangenomen door het Agentschap van de Nederlandsche Bank te Leeuwarden.

Zie voor de overige plaatsen in de Nederlanden waar papiergeld is uitgegeven de lijst papiergeldplaatsen.

W.

Lit.:

Gelder, H. Enno van, Nogmaals de Leeuwarder munten van Karel V. GP (1971) 2-3;

Puister, A.T., Friese stedelijke munten. JMP (1981) 27-46.