Ga naar: navigatie, zoeken

Landsnaam

landsnaam, aanduiding op munten en biljetten van het land of het gebied van herkomst of waarbinnen de munt of het biljet bedoeld is te circuleren, los van de mogelijke vermelding in de titels van de muntheer of de emissiebank. Landsaanduidingen kon men overigens niet altijd in de titels van de vorst terugvinden, bijvoorbeeld niet op de Nederlandse munten van Karel V van de emissie van 1521 waarop hij alleen Rooms keizer en koning van Spanje genoemd wordt.

Landsnamen kwamen in de Middeleeuwen wel af en toe voor naast de naam en de titels van de vorst, bijvoorbeeld op de Vlaamse dubbele groot leliaard van de emissie van 1387 waar op de vz zoals gebruikelijk in het omschrift de naam van Philips de Stoute en zijn Bourgondische en Vlaamse titels voorkomen en waar om onbekende redenen in het veld tevens het opschrift FLANDRES staat en op de kz nogmaals MONETA DE FLANDRIA (munt van Vlaanderen).

Pas toen in de 19e eeuw de circulatie van munten zich meer en meer beperkte tot het eigen land, werd de landsnaam als zelfstandig element systematischer toegepast. Een goed voorbeeld daarvan zijn de Duitse munten van 1871 waar DEUTSCHES REICH het omloopgebied aanduidt, terwijl in de vorstentitels nog de bondsstaten worden genoemd Het gebruik van de afzonderlijke landsnaam kan behalve als aanduiding van een specifiek omloopgebied ook gebruikt worden ter verkorting van de langere aanduiding van de uitgevende autoriteit. Een voorbeeld hiervan zijn de Belgische munten van koper-nikkel van de emissie van 1901, waarop de naam en titel van de koning voor het eerst vervangen zijn door KONINKRIJK BELGIË of ROYAUME DE BELGIQUE.

De Nederlandse munten nemen een aparte plaats in. In 1816 is op de munten zonder portret geen enkele verwijzing naar het land te vinden, terwijl op de portretmunten een dubbele aanduiding is opgenomen: enerzijds de vertaling van het oude MO ORD FOED BELG (enz.) tot MUNT VAN HET KONINGRIJK DER NEDERLANDEN, anderzijds komt de landsnaam voor in het omschrift rond het portret van de vorst als onderdeel van de titel. De tekst met MUNT (enz.) is geleidelijk ingekort, in 1875 (goud) en 1877 (brons) tot KONINGRIJK DER NEDERLANDEN en in 1907 op het ronde nikkelen stuivertje zelfs alleen tot NEDERLAND, in 1941 overgenomen op de zinken munten en later op de portretmunten van Juliana. Deze tekst verdween van de circulatiemunten met de emissie van 1982, waarop alleen nog de titel van Beatrix voorkomt.

Op de Nederlandse en Belgische bankbiljetten komt de naam van het land alleen voor als onderdeel van de eigennaam van de uitgevende bank. Op de biljetten die uitgegeven zijn door het Ministerie van Financiën (muntbiljet, thesauriebiljet, zilverbon), komt de landsnaam wel zelfstandig voor. In deze encyclopedie wordt voor de landsnaam in het algemeen zoveel mogelijk de Nederlandse benaming gebruikt.


  • Nederlandsch-Indië, Javasche Bank, bankbiljet van 5 gulden, 1926, 13,8 x 7,5 cm, met uitsluitend de naam van de bank.
  • Nederland, Minister van Financiën, muntbiljet van 100 gulden, 1846, 16,8 x 8,5 cm, landsnaam in de bovenrand: muntbiljet van het Koningrijk der Nederlanden.
  • Nederlandsch-Indië, Waarnemend Gouverneur- Generaal, muntbiljet van 100 gulden, 1943,15,2 x 7,3 cm, met de vermelding van de landsnaam: Nederlandsch-Indië.
  • Nederland, Minister van Financiën, zilverbon van 1 gulden, 1920, 13,1 x 7,3 cm, landsnaam: Koninkrijk der Nederlanden.