Ga naar: navigatie, zoeken

Kalief

kalief, in het Arabisch letterlijk opvolger of plaatsvervanger (khalifa).

Oorspronkelijk de opvolger van Mohammed, bekleed met de geestelijke en wereldlijke opperheerschappij over het Islamitische rijk.

In de jaren 661-750 was het kalifaat in handen van de Omajjaden. Na de val van de Omajjaden oefende de dynastie van de Abbasiden de functie van kalief uit.

Talrijke munten van deze en andere dynastieën zijn op naam van de regerende kalief geslagen en hierop wordt naar hem verwezen met "Amir al moeminin" = leider van alle gelovigen. Op munten van het sultanaat van Delhi (India) vindt men veelvuldig verwijzingen naar een kalief die reeds lang is overleden.

Aanvankelijk zetelde de kalief te Damascus, daarna in Kufa en van 762 tot 1258 te Bagdad. Na de verovering van Bagdad door de Mongolen haalden de Mamelukken de Abbasidenkalief naar Cairo.

Dit formele kalifaat werd beëindigd toen de Turken in 1517 Egypte veroverden en de Turkse sultan de titel van kalief aannam. Dit leidde in de 18e eeuw tot de misvatting dat de Turkse kalief een soort islamitische paus was. In 1924 werd het Turkse kalifaat officieel opgeheven.

Tegenkaliefen van verschillende islamitische geloofsrichtingen zetelden van 909 tot 1171 in Noord- Afrika en vanaf 928 ook in Spanje.

In latere tijden noemden verschillende sultans zich ook kalief of sierden zich met de titel "Amir al moeminin" en gaven, o.a. in India, aan hun residenties de eretitel "Dar-al-khilafat", zetel van het kalifaat.