Ga naar: navigatie, zoeken

Intrinsieke waarde

intrinsieke waarde, of innerlijke waarde, de metaalwaarde van een munt, berekend naar de dagprijs van het metaal. Geld waarvan de nominale waarde (veel) hoger ligt dan de intrinsieke waarde, noemt men fiduciair geld. Om in omloop te kunnen blijven, moet de intrinsieke waarde van een munt lager zijn dan de nominale waarde, omdat anders gevaar van omsmelting bestaat.

In Nederland deed zich dit voor het laatst op grote schaal voor in 1967, toen door speculatie de zilverprijs zodanig steeg dat het lonend was om de zilveren guldens en rijksdaalders in het buitenland te laten omsmelten (omsmelten in Nederland was volgens de muntwetgeving strafbaar).