Ga naar: navigatie, zoeken

Ijzer

ijzer, wordt weinig toegepast als muntmetaal, het roest immers gemakkelijk.

Toch is er sprake van dat ijzer in staafvorm al in de oudheid als ruilmiddel gebruikt is door de Spartanen. IJzeren betaalmiddelen uit de 4e eeuw v. Chr. zijn bewaard gebleven van Argos en Tegea in Griekenland; Griekse muntslag. Ook in China werd ijzer voor munten toegepast o.a. gedurende de Liang dynastie (502-556).

In Japan werden tussen 1739 en 1867 1 mon- en 4 mon stukken van ijzer gemaakt.

IJzer werd in de Eerste Wereldoorlog toegepast ter besparing van koper en brons. Duitsland en Hongarije begonnen in 1915 voor de lagere denominaties ijzeren munten te slaan, voorzien van een roestwerend laagje. Oostenrijk volgde in 1916.

IJzer is ook het belangrijkste legeringsbestanddeel van roestvaste muntstalen, acmonital, dat in 1939 door Italië werd ingevoerd.

Na de oorlog volgden andere landen zoals Frankrijk dat tussen 1961 en 1964 chroomstalen 1 en 5 centimestukken sloeg. De eerste toepassing van ijzer als kern van gelaagde metalen vinden we bij de noodmunten (noodgeld) van Gent uit 1915. Na de Tweede Wereldoorlog begon West-Duitsland in 1948 ter vervanging van de zinken oorlogsmunten één pfennigstukken te slaan van staal met daarop gewalst een laagje koper.

Hetzelfde procédé koos men in 1967 voor de twee pfennigstukken.

Van 1950 tot 1967 waren die van brons gemaakt. De stalen vijf en tien pfennigstukken worden sedert 1949 voorzien van een laagje messing.

K.



  • België, Gent, stad, noodmunt van 2 frank, 1915, ijzer met messing en koperen deklaag ijzeren kern met op de ene zijde een laagje messing en op de andere een laagje koper.
  • Ijzer oorlogsgeld duitse rijk 5 pfennig 1915 ijzer.jpg