Ga naar: navigatie, zoeken

Hoorn

Hoorn, Westfriese stad in het Hollandse Noorderkwartier, thans gemeente in de provincie Noord-Holland.

In 1584 is in Hoorn een tweede Hollandse provinciale Munt werkzaam geweest (mt.: hoorn) naast de reeds in 1573 te Dordrecht opgerichte.

Voorzover bekend werden er uitsluitend Hollandse rijksdaalders vervaardigd, ook wel gehelmde rijksdaalders of prinsendaalders genoemd.

In 1586 werd te Hoorn de heerlijke Munt van het Landschap West- Friesland opgericht, die gezamenlijk door de steden Hoorn, Enkhuizen en Medemblik werd beheerd. Na aanvankelijk verzet werd de Munt in 1602 door de Staten van Holland, die het hoogste gezag uitoefenden, erkend; het feitelijk beheer bleef echter bij de drie Westfriese steden berusten. De Munt was van 1586-1604 te Hoorn gevestigd, vervolgens 1604-1665 afwisselend in Hoorn en Enkhuizen, tenslotte sedert 1665 om beurten voor tien jaar in elk der drie steden. De Westfriese Munt werd in 1796 door Holland overgenomen.

Tenslotte is er tussen 1803 en 1807 te Hoorn gemunt, vooral in opdracht van de Aziatische Raad; deze munten dragen het opschrift INDIAE BATAV: (= Bataafs Indië).

Het muntatelier was destijds gevestigd in één van de gebouwen van het St. Catharinenklooster in de Muntstraat. Het werd met ingang van 1 januari 1807 gesloten. Zie voor de overige muntplaatsen in de Nederlanden de lijst muntplaatsen. In april 1795 werden recepissen in omloop gebracht tegen inwisseling van de Franse assignaten (assignaat). In het begin van de Tweede Wereldoorlog werden door de gemeente noodbiljetten (noodgeld) uitgegeven, gedateerd 14 mei 1940.

Zie voor de overige plaatsen in de Nederlanden waar papiergeld is uitgegeven de lijst papiergeldplaatsen.

W.

Lit.: Wiese, W.F.G., West-Friesland Oud en Nieuw (41) 1974; De Westfriese Munt.