Ga naar: navigatie, zoeken

Habsburgse huis

Habsburgse huis, vorstengeslacht, genoemd naar de burcht Habsburg (thans in Zwitserland, kanton Aargau) dat sedert 1273 tot 1806 het merendeel van de koningen en keizers van het Heilige Roomse (= Duitse) Rijk leverde; het regeerde in de Oostenrijkse landen (later Oostenrijk-Hongarije) van 1278 tot 1918 en verkreeg door huwelijken o.a. de Bourgondische Nederlanden (1482-1794) en Spanje (1516-1700).

De eerste Habsburgse vorst van de Nederlanden was Philips de Schone, de laatste Philips II (Noordelijke Nederlanden), resp. Frans II uit het Habsburgs-Lotharingse huis (Zuidelijke Nederlanden).

Vorsten uit het Habsburgse (na Maria- Theresia het Habsburgs-Lotharingse) huis:

Nederlanden

Philips de Schone 1482-1506

Karel V 1506-1555

Philips II 1555-1581

Zuidelijke Nederlanden

Philips II 1555-1598

Albert en Isabella 1598-1621

Philips IV 1621-1665

Karel II 1665-1700

Karel III, (vanaf 1711 VI) 1703-1740

Maria-Theresia 1740-1780

Jozef II 1780-1790

Leopold II 1790-1792

Frans II 1792-1794

De volgende algemene titels komen op in de Nederlanden onder de Habsburgers geslagen munten voor (met vermelding door welke vorst de titels gevoerd zijn);

Romanorum imperator ( = Rooms Duits keizer): Karel V, VI, Maria-Theresia (als gemalin van Frans I, keizer sinds 1745), Jozef II, Leopold II en Frans II.

Daarnaast komt de titel Romanorum imperator voor op talrijke munten van de Nederlandse rijkssteden en van sommige (rijksonmiddellijke) lenen, die immers hun muntrecht rechtstreeks aan de Duitse keizer ontleenden.

Hispaniarum rex (= koning van Spanje), later met toevoeging et Indiarum (= en de Indiën, nl. Oost- en West-Indië): Karel V t/m VI, uitgezonderd Albert en Isabella.

Archidux Austrie (= aartshertog van Oostenrijk): Philips de Schone en Karel V (beiden ook samen met Maximiliaan van Oostenrijk), Albert en Isabella en alle volgende Habsburgse (-Lotharingse) vorsten.

Dux Burgundie (= hertog van Bourgondië): idem, hoewel het hertogdom Bourgondië, stamland van het Bourgondische, later Habsburgse huis al in 1477 verloren was gegaan.

Na deze algemene titulatuur volgt op de munten de titel die de vorst voerde in het gebied, waar de munt geslagen is.

Op in de Nederlanden geslagen munten van de Habsburgers komt een groot dan wel een klein wapen voor.

Het grote wapen heeft sinds Philips de Schone wel enige veranderingen ondergaan, maar vele elementen keren telkens terug. Vanaf Philips II tot en met Karel VI is het zelfs zo goed als hetzelfde gebleven, met uitzondering van Albert en Isabella.

De beschrijving van dit grote wapen is als volgt: gevierendeeld, de bovenste helft bestaat uit Spaanse kwartieren. Het linkerdeel (kwartier I) bevat het gevierendeelde wapen van Castilië en Leon: in rood een kasteel van goud, in zilver een rode leeuw. Het rechterdeel (kwartier II) bevat links het wapen van Aragon; in goud vier rode palen. Rechts staat het wapen van Sicilië afgebeeld: schuin gevierendeeld in goud vier rode palen, in zilver twee zwarte adelaars.

Tussen het linker- en rechterdeel bevindt zich het wapen van Granada: in zilver een granaatappel van natuurlijke kleur ( = groen, in het midden rood). In het hartschild werd van 1585 tot 1700 het wapen van Portugal gevoerd: in zilver vijf blauwe schildjes beladen met vijf penningen van zilver met een rode schildzoom met daarop zeven kastelen van goud.

De onderste helft (de kwartieren III en IV) bevat het gevierendeelde Oostenrijkse-Bourgondische wapen.

Linksboven staat het wapen van Oostenrijk: in rood een dwarsbalk van zilver. Rechtsboven staat het wapen van Bourgondië modern: in blauw drie lelies van goud (van Valois) met een geblokte schildzoom van zilver en rood.

Linksonder bevindt zich het wapen van Bourgondië oud: drie rechter schuinbalken van goud in blauw met een rode schildzoom. Rechtsonder bevindt zich het wapen van Brabant: in zwart een leeuw van goud.

In het hartschild staat links het wapen van Vlaanderen: in goud een zwarte leeuw en rechts het wapen van Tirol: in zilver een rode adelaar.

Het kleine wapen, dat sinds Philips de Schone ook veelvuldig voorkomt, is gelijk aan de onderste helft van het boven beschreven grote wapen, maar met in het hartschild meestal alleen Vlaanderen.

De Habsburgs-Lotharingse vorsten hebben op hun in de Zuidelijke Nederlanden geslagen munten meestal een klein wapen gevoerd: links gedeeld Oostenrijk: in rood een dwarsbalk van zilver en Lotharingen: in goud een rode rechter schuinbalk beladen met drie adelaars van zilver, rechts Bourgondië oud. Alleen het Wapen van Maria Theresia is hiervan afwijkend.

J.S.

Lit.:

Beek, B., van, Het wapen van Philips de Schone op munten en penningen, De Beeldenaar (1984), 187-197.; Gelder, H, Enno van en M. Hoc, Les monnaies des Pays-Bas bourguignons et espagnols 1434-1713, Amsterdam 1960;


  • Bourgondische Nederlanden, Brabant, Philips II (1555 - 1598), philipsdaalder, 1587, zilver, groot wapen.
  • Bourgondische Nederlanden, Holland, Karel V (1515 - 1555), proefmunt type zonnekroon, 1541, zilver, klein wapen.