Ga naar: navigatie, zoeken

Groningen

Groningen florijn.jpg

Groningen, de huidige provincie Groningen omvat drie componenten:

a. De stad Groningen (Groningen, stad) met haar bezittingen zonder zelfbestuur: het Gorecht (waarbinnen Selwerd) en het Oldambt (waarbinnen Reiderschans). In 1040 heeft de Duitse keizer Hendrik III' 'de nederzetting waaruit zich de stad heeft ontwikkeld, aan de bisschop van Utrecht geschonken. Deze stelde er een prefect of burggraaf aan. De stad Groningen heeft vervolgens zoveel macht verworven dat zij zich ten koste van de Utrechtse bisschoppen als onafhankelijke stad kon gedragen.

b. De Ommelanden Fivelgo, Hunsingo en Westerkwartier, zelfbesturend en alleen via verdragen met de stad Groningen verbonden (Groninger Ommelanden). Tijdens de opstand tegen Spanje hebben de Staten van de Ommelanden, in tegenstelling tot de stad Groningen de zijde van de opstandelingen gekozen. Zij hebben zich ook direct in 1579 bij de Unie van Utrecht aangesloten. De van oudsher bestaande band tussen stad en Ommelanden werd hiermee verbroken.

Toen in 1594 de stad zich alsnog bij de opstand voegde (de zg. reductie) werd de oude band hersteld. Sindsdien vormden Groningen en de Ommelanden gezamenlijk één gewest.

c. Het generaliteitsland Westerwolde.

Binnen de huidige provincie Groningen is door uiteenlopende muntautoriteiten gemunt. In chronologische volgorde:

1. Utrechtse bisschoppen (Utrecht, bisdom) De schenking van Groningen aan de bisschoppen van Utrecht hield ook het muntrecht in. De Utrechtse bisschoppen Bernold (1027-1054) en Willem (1054-1076) hebben behalve in Utrecht (en het ongeveer tegelijk met Groningen verworven Deventer) ook te Groningen zilveren denarii (penning) aangemunt.

2. Mere Mogelijk zijn de lle-eeuwse penningen met het omschrift MERE CIVITAS geslagen in Hunsingo.

3. Heren van Selwerd Van ca. 1310 tot ca. 1350 hebben heren van Selwerd, die tevens erfelijk prefect van de Utrechtse bisschoppen waren binnen de huidige stad Groningen, in Selwerd munt geslagen.

4. Friese graven van het huis Brunswijk De Friese graaf Egbert II (1068-1090) heeft in het huidige Groningen te Winsum en wellicht ook te Garrelsweer en Westeremden zilveren penningen laten slaan (Brunonen).

5. Hoofdelingen Machtige grondeigenaren in de Friese landen, hoofdelingen genaamd, hebben midden en eind veertiende eeuw, voornamelijk in het huidige Oost-Friesland, imitaties van Franse zilveren Tourse groten aangemunt. Ook binnen de huidige provincie Groningen is dat blijkens het omschrift op de betreffende munten gebeurd. Er bestaan Tourse groten met in het omschrift Fivlgo(ie) = Fivelgo en Dircw = Dorkwerd (?)

6. De stad Groningen Deze stad heeft als eerste stad in de Nederlanden, vanaf ca. 1350 op eigen gezag en naam munten geslagen.

De muntslag is, met tussenpozen, tot 1694 voortgezet, zie Groningen, stad.

7. De Staten van de Groninger Ommelanden Nadat de Ommelanden zich tijdens de opstand van de stad hadden losgemaakt, hebben zij in 1579 te Appingedam een eigen munthuis opgericht (Groninger Ommelanden).

8. De Staten van Friesland Tijdens de opstand was met het oog op de strijd tegen de Spanjaarden in Reiderschans, in het huidige Groningen gelegen, een Fries garnizoen gelegerd. Op naam van de Staten van Friesland is daar van 1591 tot 1594 gemunt (Friesland).

9. Het gewest Groningen en Ommelanden Na het beleg van de bisschop van Munster sloten in 1673 de stad en de Ommelanden een overeenkomst tot oprichting van een provinciaal munthuis in de stad Groningen.

Het gewest wilde meeprofiteren van de lucratieve muntslag van lichte muntsoorten. Afgezien van een heel beperkte slag van hoogwaardige muntsoorten, ducatons en zilveren dukaten (dukaat), werden er, in veel groteren getale, florijnen en ruiterschellingen vervaardigd, alle voorzien van het provinciewapen.

De aanmunting van deze gewestelijke munten werd, evenals die van de stad, in 1692 gestaakt. Het gewestelijke munthuis is niet heropend.

In 1693 zijn er in Groningen nog wel evenals elders florijnen van een klop, in dit geval GO, voorzien.

De eerdergenoemde muntordonnantie van 1694 liet het muntrecht van het gewest onverlet. Uit praktische overwegingen echter heeft het gewest de muntslag voortaan uitbesteed: in Harderwijk zijn voor rekening en op naam van het gewest in de 18e eeuw gouden rijders (ook halve), wapenstuivers en duiten geslagen. Zie voor de overige muntplaatsen in de Nederlanden de lijst muntplaatsen. 10. Tijdens de Tweede Wereldoorlogheeft de provincie Groningen in mei 1940 noodbiljetten (noodgeld) uitgegeven (voor de andere emissies noodgeldbiljetten, zie Groningen, stad).

Zie voor de overige plaatsen in de Nederlanden waar papiergeld is uitgegeven de lijst papiergeldplaatsen.

J.S.

Lit.: Kappelhoff, A., Moneta Geneldi - Moneta Fivlgoie - Moneta de Dircw, drei ratselhafte Turnosgroschen, Hamburger Beitrage zur Numismatik (1967) 107-117; Puister, A. T., Munten der Oost- Nederlandse heerlijkheden (1), De Florijn (1972) 13-16.