Ga naar: navigatie, zoeken

Gieten

gieten, is het maken van metalen voorwerpen door vloeibaar metaal te laten stromen in een holte met de vorm van het voorwerp en het daar te laten stollen.

Gieten wordt voor munten zelden meer toegepast, wel vaak voor penningen.

Bij het gieten van munten wordt de vorm gemaakt door de desbetreffende munt of een model in een vormmassa te drukken. Voor vormmassa's gebruikt men vormzand, leem, gips en dergelijke. De vormmassa's met in het ene deel de ingedrukte holte van de voorzijde en in het andere deel de holte van de keerzijde worden samengevoegd na aanbrengen van een giet- en een ontluchtingskanaal. Na het gieten heeft het gietstuk (afhankelijk van het gebruikte metaal) een geoxideerde buitenlaag, giethuid. Bovendien zitten aan het gietstuk een gietloop en een gietnaad. De laatste is ontstaan doordat ook enig vloeibaar metaal tussen de vormhelften dringt. Beide moeten door bijwerken verwijderd worden.

Een andere gietmethode, die o.a. toegepast werd bij het vervaardigen van pruta's omstreeks het begin van onze jaartelling in Palestina, is de verloren was methode. Hierbij werd een wasmodel van de munt gemaakt. Het wasmodel werd omhuld met klei of leem. Na drogen werd de klei gebakken waarbij de was verbrandt. In de ontstane holte werd metaal gegoten. Meestal werden meerdere wasmodellen aan een stam van was bevestigd, zodat meer munten tegelijk gegoten konden worden. Andere voorbeelden van gegoten munten zijn: munten van de Griekse kolonie Olbia (6e-5e eeuw v. Chr), de aes grave van Rome (ca 250 v. Chr.).

Ook de Kelten hebben munten gegoten. In China werd al omstreeks de 10e eeuw v. Chr. geld gegoten in de vorm van messen en spaden. In India werden in Rohtak, ca 50 km NW van New Delhi duizenden delen van kleivormen voor munten gevonden uit ca 100 v. Chr. Bij Rome werden gietvormen van pijpaarde gevonden die in de tijd van Septimius Severus (193-211 n. Chr.) gebruikt werden voor het gieten van biljoenen munten. Behalve de zojuist genoemde zijn bijna alle in de oudheid gegoten munten van brons of koper.

Tot zelfs in de moderne tijd werden o.a. in China, Marokko, India munten gegoten.

Gegoten munten kan men herkennen aan de iets minder scherpe letters, de plaats waar gietloop en gietnaad verwijderd zijn, gas of slakinsluitingen (gietgallen). Ook treedt bij stollen krimp op, zodat gegoten munten meestal iets kleiner zijn dan het origineel.

Valsemunters maken vaak gebruik van de gietmethode. De hierboven gegeven kenmerken van gegoten munten geven aanwijzingen hoe men gegoten vervalsingen kan onderscheiden van het geslagen origineel.

Hoewel het van overheidswege gieten van munten niet zo vaak gebeurde, werden tinnen wel vaak gegoten.

K.