Ga naar: navigatie, zoeken

Ghana

Ghana, 50 pesewas. 1965, koper-nikkel.

Ghana, republiek aan de westkust van Afrika, gelegen tussen Togo en Ivoorkust. Het gebied werd sinds 1470 door Europese handelaren bezocht, die van dit als Goudkust bekende gebied een centrum van slavenhandel maakten. Verschillende handelscompagnieën, waaronder de Engelse en Nederlandse, bouwden er forten ter bescherming van hun belangen. In de 19e eeuw kwamen deze alle in het bezit van de Britten, (de Nederlandse in 1872) die ook het Ashantikoninkrijk in het binnenland veroverden.

In 1874 werd het gehele gebied verenigd tot de Colony of the Gold Coast, waarbij in 1919 nog een deel van Duits Togo gevoegd is. Tot de oudste betaalmiddelen ter plaatse behoren de kaurischelp, goudstof en bronzen armbanden. Vooral uit het Ashantigebied is een bonte verscheidenheid aan goudgewichten, zowel geometrisch als figuratief, goudstofdoosjes en lepeltjes bekend.

Deze zijn van geelbrons vervaardigd volgens de verloren-wastechniek (cire perdu) en worden tegenwoordig op grote schaal nagemaakt en als "primitief geld" aan de man gebracht. De eerste moderne muntreeks dateert van 1796 en bestaat uit een zilveren tackoe en ¼, ½ en 1 ackey. In 1818 volgden nog enkele proeven die evenmin als de munten van 1796 verwijzen naar de Goudkust, maar het omschrift FREE TRADE TO AFRICA BY ACT OF PARLIAMENT 1750 dragen.

Tot het begin van deze eeuw was Engels geld in gebruik. Sinds 1907 werd de circulatie van munten (met het opschrift British West-Afrika, Brits) en van papiergeld verzorgd door de West African Currency Board, die bevoegd was voor Nigeria, Gold Coast, Gambia en Sierra Leone. In 1957 werd de kolonie onder de naam Ghana een onafhankelijke republiek binnen de Commonwealth en heeft ze eigen munten en bankbiljetten, aanvankelijk in pence, shillings en ponden, vanaf 1965 in een decimaal stelsel op basis van de cedi (ISO 4217-code GHS) van 100 pesewas. Sedie is het locale woord voor de kaurischelp, die ook op enkele munten is afgebeeld. De Bank of Ghana geeft het papiergeld uit.

A.