Ga naar: navigatie, zoeken

Gent

Gent, muntplaats in de provincie Oost-Vlaanderen, was tot 1467 één van de belangrijkste muntplaatsen van het graafschap Vlaanderen. Daarnaast is er ook op naam van de stad zelf aangemunt. De vroegste muntslag vond plaats onder de Karolingische koning Karel de Kale (840-877). De eerste dateerbare munten op naam van de Vlaamse graven met vermelding van de stadsnaam G ANT zijn geslagen aan het begin van de regering van Boudewijn V (1035-1067). Daarna zijn er munten bekend van de graven Philips van de Elzas (1168-1191) en Boudewijn IX van Constantinopel (1195-1205). In de 13e eeuw is er, evenals in veel andere Vlaamse muntplaatsen, gemunt zonder de naam van de graaf. Op enkele munten uit deze periode wordt wel een muntmeester vermeld (Gerolf tussen 1205 en 1220).

In de 14e en 15e eeuw was het Vlaamse munthuis gewoonlijk te Gent gevestigd. Gedurende korte perioden werd het naar Mechelen en Brugge verplaatst, tot het in 1467 definitief in Brugge werd gevestigd. Alleen in 1580-1581 is er een tweede Vlaams munthuis te Gent werkzaam geweest.

Tijdens de opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk, die uitbrak in 1487, heeft de stad Gent als leider van de opstand in Vlaanderen, zelfstandig aangemunt op naam van Philips de Schone. De formele basis hiervoor was het muntrecht, verleend op 17 januari 1488 door de Franse koning als leenheer van Vlaanderen. De eerste emissie van 1488 bestond uit een gulden en een stuiver ( coppen(h)olle ).

Met de tweede emissie van 1489 zette men zich aftegen de politiek van steeds verdergaande muntverslechtering door Maximiliaan. Dat blijkt uit de muntmeestersinstructie: het gewicht en het gehalte van de gulden met de leeuw zijn gelijk aan die van de andriesgulden en de vuurijzers uit deze tweede emissie hebben hetzelfde gewicht en gehalte en bijna dezelfde beeldenaars als de goede vuurijzers ( vuurijzer ) uit de periode van vóór de opstand. Van de derde emissie, vermoedelijk uitgebracht in 1490, zijn geen documenten bewaard gebleven. Na de val van Gent verscheen er in 1492 nog een vierde emissie te Sluis.

Ter financiering van de Opstand heeft het Calvinistische stadsbestuur in 1581 het net geopende gewestelijke munthuis overgenomen en werden er tot 1584 gouden nobels en onderdelen daarvan geslagen, evenals zilveren schellingen en koperen munten van 12 en 6 mijten.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn er te Gent in 1915-1918 noodmunten geslagen uit gelaagd metaal (ijzer met messing en koper) van 50 centiem en van 1, 2 en 5 frank. De noodmunten van 5 frank 1917 en 1918 zijn ontworpen door Oscar Sinia (1877-1956). Zie voor de overige muntplaatsen in de Nederlanden de lijst muntplaatsen. Tevens zijn er dertien verschillende emissies noodbiljetten (noodgeld) in omloop gebracht.

Zie voor de overige plaatsen in de Nederlanden waar papiergeld is uitgegeven de lijst papiergeldplaatsen.

Lit.: Gelder, H. Enno van, De Gentse nobels, JMP (1980) 201-206; Mey, J. de, Les billets communaux belges (1914-1919) deel 2, Brussel 1981, blz. 160-162.




  • Vlaanderen, stad Gent. penning, zilver.
  • Gent 2 frank ijzer.jpg
  • België, Stad Gent, noodbiljet van 20 frank, 1 januari 1916, papier, 17,2 x 10,1 cm.
  • Nederlanden, Stad Gent, nobel, 1581 - 1583, goud.
  • Nederlanden, Stad Gent, schelling, 1583, zilver.
  • Gent stuiver 1488.jpg