Ga naar: navigatie, zoeken

Echtheidskenmerken

Echtheidskenmerken pepinster 50 fr 1914.jpg

echtheidskenmerken

a. echtheidskenmerken van bankbiljetten vormen die kenmerken, thans ca. 20 stuks, waaraan men kan herkennen of een bankbiljet echt dan wel vals of vervalst is. Ze zijn aangebracht ter beveiliging tegen namaak en naar de gebruikersgroepen van de biljetten te onderscheiden in vier categorieën:

1. algemene publiekskenmerken die zonder hulpmiddel zijn vast te stellen, o.a. watermerk, voelbare inktlaag, doorzichtregister, leesbare microtekst;

2. kassierskenmerken die met behulp van ultraviolet licht, loep of lineaal zijn te herkennen, o.a. vezeltjes in het papier, fluorescerende en metamere inkt, voor het blote oog onleesbare belettering, afmeting van het bankbiljet;

3. externe machinekenmerken ten behoeve van geldautomaten;

4. interne machinekenmerken ten behoeve van de sorteermachines van de uitgevende bankinstellingen.

Zie beveiliging van bankbiljetten tegen namaak.

G.

b. echtheidskenmerken van munten bestaan uit de algemene, openbare kenmerken en een aantal geheime kenmerken. De algemene kenmerken zijn vastgelegd in de Muntwet met bijbehorende besluiten. Hiertoe behoren gewicht, metaal en gehalte, diameter en dikte, beeldenaar en randafwerking. De geheime kenmerken zijn bedoeld om door de gewone gebruiker niet waargenomen te worden. Vroeger waren het vooral de opzettelijk aangebrachte kleine eigenaardigheden in de beeldenaar.

Deze kunnen o.a. bestaan uit geheime punten (geheime punt), extra pareltjes in een parelrand, opzettelijk beschadigde letters en kleine tekens in het randschrift. Tot de moderne geheime kenmerken kan bijvoorbeeld de magnetiseerbaarheid gerekend worden, zie ook beveiliging van munten tegen namaak.