Ga naar: navigatie, zoeken

Dorestad

Dorestad, nederzetting aan de Kromme Rijn (toen de hoofdarm van de Rijn) waarvan de opgravingen nu in de gemeente Wijk bij Duurstede in de provincie Utrecht liggen. Het was van de eerste helft van de 7e eeuw tot in de eerste helft van de 9e eeuw een belangrijke handelshaven waar een Merovingisch en later Karolingisch munthuis gevestigd was (Merovingische munten, Karolingische muntslag). Zie voor de overige muntplaatsen in de Nederlanden de lijst muntplaatsen. Aan de bloei van Dorestad kwam een einde door de invallen van de Noormannen.

De eerste verwoesting van de handelsnederzetting geschiedde door een Deense vloot in 834. Latere verwoestingen en veranderingen van de loop van de Rijn maakten het onmogelijk Dorestad in zijn oude glorie te herstellen.

Sinds 1841 zijn er met tussenpozen opgravingen verricht. In 1977 begon de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) met opgravingen op bijzonder grote schaal waarbij omvangrijke resten zijn aangetroffen. Deze zijn thans onder de moderne bebouwing verdwenen. In de loop van de jaren zijn er bij de diverse opgravingen ook veel munten gevonden.

De eerste muntslag vond naar alle waarschijnlijkheid plaats door de monetarius Rimoaldus uit Maastricht, al spoedig rond 640 gevolgd door Madelinus, die eveneens uit Maastricht kwam en daarvoor in Dinant werkzaam was geweest. De aanmunting bestond uit tremisses (ev: tremissis) of trientes, gouden muntjes van ca. 1,25 gram met de naam van de monetarius en als plaatsaanduiding DORESTAT.

Omstreeks 650 verdween de Frankische invloed en kwam Dorestad in Friese handen. In deze periode werden zeer veel nabootsingen van de madelinusmunten in het Friese gebied geslagen die opvallen door grovere uitvoering en een steeds dalend goudgehalte.

Onder de eerste Karolinger Pippijn de Korte (751-768), kreeg Dorestad een koninklijk munthuis waarin zilveren penningen werden geslagen en dat waarschijnlijk actief bleef tot na de eerste Noormanneninvallen.

De oudste munten dragen niet de naam Dorestad, maar de afbeelding van de francisca, de Frankische werpbijl, die zo goed als zeker als het "muntteken" van Dorestad beschouwd kan worden. De spelling van de naam Dorestad is op de munten in de 9e eeuw meestal DORESTATUS.

Vooral tijdens Karel de Grote en Lodewijk de Vrome behoorde Dorestad tot de belangrijkste koninklijke munthuizen.

Het tempo van de achteruitgang van Dorestad na de dood van Lodewijk de Vrome is niet goed vast te stellen, omdat het niet geheel mogelijk is een scheiding aan te brengen tussen de munten die daarna in Dorestad zelf geslagen zijn en die welke als Friese imitaties beschouwd moeten worden. Vast staat dat er in dit gebied ook lang na de dood van Lotharius I op zijn naam is aangemunt.

Karolingers

Pippijn de Korte 751-768

Karel de Grote 768-814

Lodewijk de Vrome 814-840

Lotharius I 817/840-855

Lit.: Dorestad, speciaal nummer van Spieghel Historiael, Haarlem 1978; Gelder, H. Enno van, De Karolingische muntslag te Duurstede, JMP (1961) 15-42; Grierson, Ph., en M. Blackburn, Medieval European coinage, dl I, the Early Middle Ages, Cambridge 1986; Zadoks-Josephus Jitta, A. N., De eerste muntslag te Duurstede, JMP (1961) 1-14.



  • Dorestad karel de grote.jpg
  • Dorestad Karoliningsche rijk 042.jpg
  • Dorestad Lodewijk de Vrome.jpg
  • Dorestad madelinus.jpg
  • Dorestad penning na 793.jpg
  • Dorestad penning voor 793.jpg