Ga naar: navigatie, zoeken

Catalogus

catalogus, is in de numismatiek een veel gebruikte uitdrukking voor literatuur van uiteenlopende aard.

Zo zijn te onderscheiden:

1. catalogus van alle bekende voorwerpen van een verzamelgebied; 2. catalogus van een verzameling; 3. veilingcatalogus; 4. verkoopcatalogus; 5. prijscatalogus.

Catalogi zijn in principe opsommend van karakter. Reeksen van gelijksoortige gegevens worden daarin op overzichtelijke wijze gepresenteerd. Doordat het verhalende element vaak ontbreekt of nagenoeg afwezig is, heeft de catalogus als nadeel dat verbanden niet duidelijk naar voren komen.

1. Catalogus van alle bekende voorwerpen van een verzamelgebied. Terwijl de eerste muntverzamelingen al in de 15e eeuw werden opgebouwd, vinden we de eerste handboeken of systematische catalogi pas in de 16e eeuw. De vroegste catalogi bevatten beschrijvingen en afbeeldingen van Romeinse munten. Alle munten werden afgebeeld op hetzelfde formaat, ongeacht de werkelijke grootte. De eerste catalogus van Nederlandse munten door Erasmus van Houwelinghen verscheen in 1597 en bevatte afbeeldingen van de munten van Holland op ware grootte.

2. Catalogus van een verzameling. De vroegst bekende handgeschreven inventaris van een collectie is die van de Duc de Berry uit de beginjaren van de 15e eeuw. De vroegste gedrukte en geïllustreerde collectiebeschrijving is Veterum Nummorum Gnorisma, een boek uit 1612 waarin de collectie van de Franse verzamelaar P. Petau wordt afgebeeld. Tot ver in de 19e eeuw was het meer gebruikelijk handboeken te publiceren dan catalogi van collecties. Pas in deze eeuw zijn zeer veel collecties beschreven, vaak onder de titel Corpus of Sylloge (beide termen worden ook gebruikt voor seriewerken). Tegenwoordig wordt er naar gestreefd van iedere munt een afbeelding op te nemen.

3. Veilingcatalogus. In een veilingcatalogus wordt een aantal munten, penningen en/of papiergeld opgesomd die ter openbare verkoop worden aangeboden. De stukken zijn meestal van een korte omschrijving voorzien. De eerste numismatische veilingcatalogus stamt uit het eind van de 17e eeuw. Sinds de jaren 1880 is het gebruikelijk de stukken van een schattingsprijs te voorzien en de belangrijkste stukken af te beelden.

4. Verkoopcatalogus. In de tweede helft van de 19e eeuw verschenen naast veilingcatalogi ook verkoopcatalogi waarin handelaren tegen vaste prijzen munten en penningen aanbieden.

5. Prijscatalogus. De prijscatalogus, waarbij van iedere munt in verschillende kwaliteitsgradaties de handelswaarde wordt opgegeven, is een recente ontwikkeling. Hoewel Cohen in zijn catalogus van Romeinse munten uit 1859 als eerste ook prijzen vermeldde, ligt het zwaartepunt van dit werk toch in de muntbeschrijvingen. In de eerste helft van deze eeuw blijven de prijzen minder belangrijk dan de overige informatie. Na de Tweede Wereldoorlog zijn er steeds meer prijscatalogi per land verschenen, waarvan meestal elk jaar een nieuwe druk met aangepaste prijzen verschijnt.

Voor de Benelux zijn de belangrijkste prijscatalogi voor munten:

Mevius, J., Speciale catalogus van de Nederlandse munten van 1806 tot heden, Vriezenveen, vanaf 1969; De Mey, J., en G. Pauwels, De munten van België, Brussel, vanaf 1969; Probst, R., en A. Ungeheuer, Prifix, Luxemburg (niet jaarlijks, 10e druk 1984, ook bankbiljetten).

De meest gebruikte catalogus voor de gehele wereld is: Krause, C.L., en C. Mishler, Standard Catalog of World Coins, Iola, Wisconsin, USA, vanaf 1972.

De huidige serie wordt nog wel door Krause Publications uitgegeven, maar wordt samengesteld door andere auteurs.

Voor papiergeld wordt het meest gebruikt: Pick, A., World Paper Money, Iola, Wisconsin, USA (niet jaarlijks, 5e druk 1986). Deze serie is voortgezet door andere auteurs; numismatische literatuur.

J.