Ga naar: navigatie, zoeken

Bronkhorst

Bronkhorst, of Bronckhorst,

1. voormalige bannerheerlijkheid, sinds 1530 graafschap, in het graafschap Zutphen, het eerst vermeld in het begin van de 12e eeuw;

2. bekend Gelders geslacht van bannerheren, afstammend van Gijsbert van Bronkhorst, overleden ca. 1140. Door huwelijk van zijn nazaat Willem van Bronkhorst ( -1328) met Johanna van Batenburg kwamen de heren van Bronkhorst ca. 1315 in het bezit van de heerlijkheid Batenburg. De heerlijkheid Bronkhorst vererfde via de oudste linie die in 1359 door huwelijk tevens de heerlijkheid Borculo verwierf en die in 1553 uitstierf met graaf Joost van Bronkhorst- Borculo. Zijn bezittingen gingen over op het geslacht van Limburg Stirum. De heerlijkheid Batenburg vererfde via de jongere linie, die in de 15e eeuw tevens de heerlijkheden Anholt en Gronsveld door huwelijk verwierf.

Deze linie viel in 1451 weer in een aantal takken uiteen: a. heren van Batenburg en Anholt (muntslag in beide plaatsen), uitgestorven in 1525; b. heren van Gronsveld (muntslag aldaar), in 1719 uitgestorven; c. heren van Stein, die in 1534 Batenburg verkregen (muntslag aldaar), uitgestorven in 1659; d. tak die in 1525 Anholt erfde (muntslag aldaar) en in 1649 uitstierf.

Alle takken voerden op hun munten titel en wapen van Bronkhorst en meestal ook die van Batenburg.

Het wapen van Bronkhorst voert in keel (rood) een zilveren dubbelstaartige leeuw met een gouden kroon. Zie ook angelot.

G.

Lit.: Schilfgaarde, A. P. van, De heren en graven van Bronckhorst, De Nederlandse Leeuw (1957) 67-88.