Ga naar: navigatie, zoeken

Bourgondische kreits

Bourgondische kreits, door keizer Karel V in 1548 ingestelde administratieve eenheid binnen het Duitse keizerrijk (Roomse Rijk), waarin zijn Bourgondische erflanden verenigd werden.

Het Duitse rijk was sinds 1495 ten behoeve van rechtspraak en oorlogvoering verdeeld in kreitsen (districten).

De eerste Bourgondische kreits dateerde van 1512. Bij het verdrag van Augsburg in 1548 kwam er een nadere regeling tot stand, waarbij het de bedoeling van Karel V was, de eenheid van de Nederlandse gewesten tegenover het Duitse rijk te versterken.

Gelre, Zutphen, Utrecht en Overijssel, die Karel V na 1512 had verworven, werden van de Westfaalse kreits afgescheiden. Ze werden samen met Brabant, Limburg, Luxemburg, Henegouwen, Holland, Zeeland, Namen, Friesland en Franche-Comté, benevens de tot 1529 Franse lenen Vlaanderen en Artesië en enkele kleinere gebieden, opgenomen in een nieuwe Bourgondische kreits.

Deze Bourgondische kreits, die niet geheel samenviel met de "Zeventien Nederlandse Gewesten", was autonoom binnen het Duitse rijk.

Weliswaar werd hij op de Rijksdagen vertegenwoordigd, had hij een assessor in het Reichskammergericht en stond hij onder de bescherming van het Rijk, maar de rijkswetten waren er niet rechtsgeldig.

Dit hield ook in dat de bij de Reichsmünzordnungen in het Duitse rijk ingestelde muntcontrole niet voor de Bourgondische munthuizen gold, terwijl de Rijkssteden (Rijksstad) en de van Bourgondië onafhankelijke Nederlandse vorsten hun muntstukken wel aan de controle van de Westfaalse kreits dienden te onderwerpen.

Bij de Pragmatieke Sanctie van 1549 werd de Bourgondische kreits één en ondeelbaar verklaard bij Habsburgse erfopvolging. Deze eenheid werd echter verbroken bij de Unie van Utrecht (1579) en de afzwering van Philips II (1581), hetgeen in 1648 bij de Vrede van Munster formeel werd erkend.

Voor de Zuidelijke Nederlanden heeft de band met het Duitse rijk bestaan tot aan de Franse tijd.

J.S.