Ga naar: navigatie, zoeken

Boordgeld

boordgeld, een vorm van huisgeld of tokens, zowel in metaal als in papier voor gebruik aan boord van schepen. Voor Nederland is het gebruik van deze stukken eerst na de Tweede Wereldoorlog begonnen.

De bekendste in metaal zijn die van de N.V. Stoomvaart Mij. Nederland van 5, 10, 25 (eenheden) in brons, 25, 50, 100 en 250 in aluminium en 500 in brons met aluminium centrum. In 1948 gaf de Holland-Amerikalijn scheepspenningen van 5, 10 en 25 uit in brons en tenslotte zijn er bekend van Phs. van Ommeren N.V. in brons 10 en 25 en in kopernikkel 100 en 250.

Papiergeld is vooral bekend van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd tussen 1948 en 1959. Coupures van 5, 10, 25 cent, 1, 2½, 10 en 25 gulden werden achtereenvolgens gebruikt op schepen die werden ingezet voor troepentransport naar Nederlandsch-Indië en Nieuw-Guinea, voor repatriëring uit dezelfde gebieden, mogelijk ook tijdens het vervoer van emigranten en tenslotte op cruiseschepen. Voor ieder schip en voor iedere reis werd een nieuwe serie gedrukt. Zo zijn er voor de Fairsea, Indrapoera, Kota Inten, Sibajak, Volendam, Waterman, Willem Ruys en Zuiderkruis. Ook van de Volendam van de Holland- Amerikalijn en de "Troop carrying vessels" van de Stoomvaart Mij. Nederland zijn er van deze bonnen.

Het in 1914 door de H.A.L. uitgegeven papiergeld hoort niet bij deze groep, maar bij het noodgeld.

A.



  • Boordgeld 1 gld.jpg
  • Boordgeld nederlandsch Amerikaanse 250 gld 1914.jpg
  • Boordgeld stoomv mij ned 500 1947.jpg