Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijven van munten

'beschrijven van munten

'Het beschrijven van munten kan op zeer verschillende manieren gebeuren.

Als kortste wijze van vastleggen kan men het catalogusnummer en het jaartal van de munt noteren. Aan de andere kant is het mogelijk een zeer uitgebreide beschrijving te geven van alles wat zichtbaar en meetbaar is, aangevuld met vergrote foto's.

De wijze van beschrijven is afhankelijk van het doel dat men voor ogen heeft. Voor het kort vastleggen van een bekende munt is een verwijzing naar een overal verkrijgbare catalogus met vermelding van de kwaliteit voldoende. Meestal zal men echter gebruik maken van een soort standaard beschrijving waarbij de navolgende gegevens vastgelegd worden: land, vorst, muntsoort, type, jaartal, muntplaats, catalogusnummer en kwaliteitsaanduiding, aangevuld met eventuele beschadigingen van de munt. Als men daarbij het gewicht vermeldt en een foto van de munt levert is de beschreven munt én als type én als individu voldoende vast gelegd voor bijna ieder doel.

Indien daarvoor aanleiding is kan men de bovenstaande gegevens verder aanvullen. Bij afwijkingen in omschrift of uiterlijk ten opzichte van de in de catalogus vermelde stukken, kan het belangrijk zijn deze afwijkingen te vermelden. Ook kan men voor onderzoeksdoeleinden nog vastleggen: de diameter, het gehalte, de stempelstand, of de munt met de hand of met de machine geslagen is, of het muntplaatje met de hand geknipt of uitgestanst is.

Daarnaast kan het voor een beginnend verzamelaar nuttig zijn de omschriften van een munt, die meestal afkortingen bevatten, voluit te schrijven en eventueel te vertalen.

J.

Meer in detail: vanuit wetenschappelijk oogpunt is het zeer belangrijk dat een munt of bankbiljet nauwkeurig beschreven wordt. Het probleem van een beschrijving is echter dat detailverschillen in vormen zich moeilijk onder woorden laten brengen. Dit blijkt onder andere uit veel oudere boeken waarin de nadruk vooral ligt op tekstvarianten en dergelijke, omdat andere details alleen enigszins met behulp van tekeningen vast te leggen waren. Een goede fotografische vergroting zegt vaak meer dan een lange beschrijving. Dit geldt nog sterker voor bankbiljetten. Een beschrijving van een modern biljet is zonder kleurenfoto haast onmogelijk.

Als een munt goed beschreven is in de literatuur, kan de beschrijving kort zijn, bijvoorbeeld: Philips II, philipsdaalder Brabant (Antwerpen) 1557, GH 210-1c.

In deze beschrijving staan achtereenvolgens vermeld: de vorst op wiens naam de munt geslagen is, de muntnaam, het gewest en de muntplaats waar de munt geslagen is, het jaartal, en de literatuurverwijzing waar een meer complete beschrijving staat.

Is de literatuur wat minder geschikt om naar te verwijzen (numismatische literatuur), dan kan de beschrijving er zo uitzien: Floris V, graaf van Holland (1256-1296), penning Dordrecht vz kop naar links, (kruisje) F COMES OLLANDIE kz lang kruis, tussen de benen vier roosjes, MON - ETA - DOR - D'CI zilver 0,60 g vd Chijs 3,9 De streepjes (-) in het omschrift van de keerzijde geven de plaats van de onderbreking door de benen van het kruis aan.

Bij de tweede beschrijving is ook in het kort omschreven hoe de voorzijde en de keerzijde van de munt er uitzien en welke tekst er op staat. Bovendien wordt de metaalsoort en het gewicht genoemd.

Bij de beschrijving van een munt worden de volgende begrippen gebruikt: -voorzijde (vz) en keerzijde (kz): de voorzijde is de "voornaamste" kant van de munt, maar vaak kan men van mening verschillen welke zijde als voorzijde beschouwd moet worden en welke zijde als keerzijde. Er kunnen wel een aantal richtlijnen gegeven worden.

Bij de oudste Griekse munten was alleen de voorzijde voorzien van een goed uitgevoerde voorstelling. Ook bij de munten van de Romeinse keizers is het haast vanzelfsprekend dat het portret van de keizer op de voorzijde staat.

Sommige munten hebben een doorlopende tekst die op de ene zijde begint en op de andere zijde verder gaat. In dat geval staat het begin van de tekst op de voorzijde.

Men neemt ook vaak aan dat bij combinaties van religieuze- en andere voorstellingen (bijvoorbeeld de afbeelding van een heilige op de ene zijde en een wapen op de andere zijde) de religieuze voorstelling op de voorzijde staat. Een ander uitgangspunt is dat de zijde waarop naar de uitgevende instantie (= de muntheer) verwezen wordt, de voorzijde is. Al deze regels helpen wel iets maar bieden bijna nooit volledige zekerheid. Bij moderne munten biedt de muntwet uitkomst. Hierin staat meestal uitdrukkelijk voorgeschreven wat op de voorzijde moet komen te staan en wat op de keerzijde.

-muntveld of veld: het vlak waarop de voorstelling of beeldenaar is aangebracht.

-afsnede: door een lijn afgezonderd onderste gedeelte van het muntveld. Bij de moderne munten komt het o.a. voor op het 50 p stuk van Groot-Britannie en het 5 p stuk van Ierland. De afsnede is al ontstaan in de klassieke oudheid.

-beeldenaar: de gehele voorstelling op één zijde. De beeldenaar is meestal uit een aantal elementen opgebouwd, zoals centrale voorstelling, waardeaanduiding, omschrift, jaartal en bijtekens. Als centraal onderdeel kiest men vaak een portret, een wapen of een zinnebeeldige voorstelling.

-waardeaanduiding: bijna alle moderne munten dragen een waardeaanduiding.

Een waardeaanduiding op een munt is pas mogelijk als de nominale waarde gedurende een langere periode onveranderd blijft.

In de tijd dat de meeste munten hun nominale waarde ontleenden aan de metaalwaarde (= intrinsieke waarde), veranderde deze nominale waarde steeds door wijzigingen in de prijzen van de edelmetalen. Daarom was het meestal niet zinvol om een waardeaanduiding op de munten te plaatsen.

-bijteken: de meest voorkomende bijtekens zijn de munttekens, de tekens van de muntmeester en andere verantwoordelijke personen, de emissietekens en de initialen van de ontwerpers en de graveurs van de muntstempels. In de Griekse oudheid kwamen de bijtekens al voor om de verschillende munthuizen aan te duiden en aan te geven welke magistraat verantwoordelijk was voor de produktie van een bepaalde munt. Op Romeinse munten uit de keizertijd is vaak de muntplaats en de werkplaats (officina) aangeduid. Dit laatste was nodig, omdat er vaak meerdere muntwerkplaatsen in één stad gevestigd waren. In de late Middeleeuwen groeide er in de Bourgondische Nederlanden een heel systeem van munt- en muntmeestertekens om controle op de muntproductie mogelijk te maken. De huidige Nederlandse tekens hebben weinig zin meer, omdat er slechts één munthuis is met één muntmeester, waardoor verwarring bijna niet voorkomt. De tekens zijn hoofdzakelijk om traditionele redenen gehandhaafd. Het gedeelte van de nieuwe Nederlandse emissie van 1982 dat in Llantrisant in Wales is geslagen, draagt merkwaardigerwijs ook de mercuriusstaf van Utrecht.

-jaartal: bijna alle moderne munten dragen een jaartal, waardoor datering vrij simpel is. De eerste regelmatige vorm van datering is ingevoerd in het Middenoosten door de Seleuciden aan het einde van de vierde eeuw voor Christus. Deze gewoonte is daar later overgenomen door onder andere de Byzantijnse keizers en de Arabieren. Meestal baseerde men zich voor de jaartelling op de regeringsjaren van de vorst of de stichting van de dynastie. Later ontstonden de jaartellingen op religieuze basis zoals Christelijke en de Mohammedaanse jaartelling. De moderne datering volgens de Christelijke jaartelling met Romeinse cijfers is in West-Europa ingevoerd rond 1370. De eerste Arabische cijfers verschenen in West-Europa in 1424. In de zeventiende eeuw werd datering van de munten in de Nederlanden algemeen. In Engeland en Frankrijk werd dit pas op alle munten gebruikelijk in de negentiende eeuw.

Het jaartal op de munt is echter niet altijd in overeenstemming met het jaar waarin de munt geslagen werd. Soms wordt als eerste jaartal de datum van de muntwet aangehouden en komt de munt pas enkele jaren later in de omloop. Een van de oudste Nederlandse voorbeelden hiervan is de eerste emissie munten onder keizer Karel V als graaf van Holland, geslagen tussen 1506 en 1520. Voor zover deze munten van een jaartal voorzien zijn, heeft men 1499 aangehouden, omdat de munten geslagen werden volgens een ordonnantie ( = muntwet) uit dat jaar.

-omschrift: over de termen omschrift, randschrift en kantschrift bestaan nogal verschillende gewoontes waardoor misverstanden kunnen ontstaan. De hier gebruikte omschrijving is ontleend aan de huidige Nederlandse muntwetgeving. Met het omschrift wordt de tekst bedoeld die op het muntveld langs de rand geplaatst is.

In sommige oudere literatuur gebruikt men hiervoor ook de term randschrift zoals blijkt uit de Nederlandse muntwet van 1816: "... Op de voorzijde 's Koonings borstbeeld, met het randschrift, WILLEM KONING DER NEDERLANDEN, GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG". Omschriften op Europese munten waren tot in de 19e eeuw vaak in het Latijn, Latijnse spreuken. -rand: de zijkant van de munt. Als de rand bewerkt is, spreekt men van kartelrand, kabelrand, bloemrand enz.

-randschrift (alweer volgens de huidige Nederlandse muntwetten): de tekst op de rand of de zijkant van de munt. Deze term sluit het beste aan bij de al eerder genoemde rand van de munt. De term kantschrift is ons inziens minder geschikt.

-initiaalteken: teken om het begin van het omschrift aan te geven. In de Middeleeuwen werd hiervoor in West-Europa meestal een kruisje gebruikt dat aangeduid wordt als initiaalkruis.

-interpunctie: tekens om de woorden van elkaar te scheiden in het omschrift of in andere teksten op de munt, net zoals in laat middeleeuwse handschriften. Het gebruik van interpunctie was noodzakelijk, omdat er meestal weinig ruimte tussen de woorden opengelaten werd en men bovendien gebruik maakte van allerlei afkortingen waardoor verwarring niet uitgesloten was. Tegenwoordig komt het gebruik van interpunctie veel minder voor, omdat de teksten meestal veel korter en minder gecompliceerd zijn.

De interpunctie werd in de Nederlanden in de late Middeleeuwen een enkele keer gebruikt als muntmeestersteken.




  • Beschrijven van munten.jpg
  • Beschrijven van munten begripppen.jpg
  • Beschrijven van munten randschrift.jpg