Ga naar: navigatie, zoeken

Armengeld

armengeld, veelal in de vorm van een penning, uitgevoerd in lood of ander onedel metaal, die vanaf de Middeleeuwen door talrijke stedelijke, kerkelijke en liefdadige instanties aan armen werd verstrekt, en bedoeld was om te voorkomen dat andere zaken dan eerste levensbehoeften met de verstrekte ondersteuning zouden kunnen worden gekocht. Ze waren bij de desbetreffende winkeliers inwisselbaar voor brood, kaas, hout, turf of een ander artikel, zoals vaak op de penning met één of meer letters is aangegeven.

De winkeliers werden door de uitgevende instanties bij inwisseling in contanten betaald.

Meer algemeen in omloop was het kleingeld van Utrecht, stad, Delft en Leiden. Van de Stad Utrecht zijn kleine zilveren penninkjes bekend met het opschrift DENARIUS PAUPERUM (1390-95) en DIT IS DER ARMEN PE(nning) (1400-1420), en van de steden Delft en Leiden koperen oordjes. In 1535 en 1545 droegen deze Delftse lichte koperstukjes het opschrift DEN ARMEN GELT IN DELFT, in 1559 werden ze zonder opschrift uitgegeven.

In 1573 gebruikte Leiden de spreuk GEDENCKT DEN ARMEN.

Al deze emissies werden uiteindelijk door de Staten-Generaal verboden omdat ze ten onrechte ook in de normale circulatie terechtkwamen. Belangrijke reeksen van deze penningen zijn ook bekend uit de Zuidelijke Nederlanden met name van de steden Gent, Brugge en Antwerpen. Tot in het begin van deze eeuw zijn in sommige steden penningen of soms ook bonnen of kaarten in gebruik gebleven, zoals die van de nieuwjaarsuitdeling te Rijnsaterwoude rond 1900.

A.



  • Stad Delft, Heilige Geest-meesters, oord, 1543, koper.
  • Leiden, armenloodje van de Waalse kerk, 1758, lood, (foto Arkesteijn).
  • Utrecht, armenpenning, 14e -16e eeuw, biljoen.