Ga naar: navigatie, zoeken

Anholt

Anholt, 1. heerlijkheid in het graafschap Zutphen op het gebied van de tegenwoordige Duitse Bondsrepubliek.

Aanvankelijk in het bezit van het geslacht van Zuylen ging het in 1406 door vererving over op de heren van Bronkhorst en in 1649 uiteindelijk op de vorsten van Salm.

Van een formele verlening van een muntrecht aan de heren van Anholt is niets bekend. Pas in 1570 bevestigde keizer Maximiliaan II zo'n recht ten behoeve van Dirk III' 'van Bronkhorst en in 1622 herhaalde keizer Frederik II dit ten behoeve van Dirk IV en zijn broer Johan Jacob van Bronkhorst. De oudste bekende munt van de heren van Anholt is een penning van Johan van Zuylen uit het midden van de 14e eeuw.

Te Anholt werd gemunt door:

Zuylen Johan -1354 Stephan en Fredrik ca. 1360-1391

Bronkhorst Gijsbert I (= Gijsbert II van Batenburg)1408-1429 Dirk I (=Dirk II van Batenburg) 1429-1451 Jacob I 1488-1512 Dirk II(?) 1537-1581 Dirk III 1549-1581 Dirk IV 1582-1649

Salm Leopold 1649-1663

De munten van de heren van Anholt zijn veelal imitaties van bekende Hollandse, Vlaamse en Gelderse typen. Het wapen van Anholt voert een gekroonde zuil in zijn schild.

Zie voor de overige muntplaatsen in de Nederlanden de lijst muntplaatsen.

G.

Lit.: Roest,Th. M., Die Münzen der Herrschaft Anholt, TMP (1895) 167-211.

2. (stad). Tijdens de regering van Dirk IV van Bronkhorst (1582-1649) zijn er duiten geslagen, waar alleen de naam van de stad op voorkomt, zodat hier mogelijk sprake is van een stedelijke muntslag.



  • Anholt, duit ca. 1600, koper.
  • Anholt, Dirk IV (1582-1649). Rijksdaalder 1620, zilver.