Ga naar: navigatie, zoeken

Aluminium

Duitsland, 500 mark 1923, aluminium.

aluminium,

1. werd in 1827 voor het eerst op laboratoriumschaal afgescheiden.

Het duurde tot 1886 voor het op grote schaal in elektrische ovens geproduceerd werd. In de oven wordt gezuiverd aluminiumoxide (aluinaarde) opgelost in gesmolten kryoliet. Door elektrolyse met grafietelektroden ontstaat aan de kathode gesmolten aluminium dat naar de bodem zakt en onder wordt afgetapt. Aluminium is een betrekkelijk zacht metaal en het slijt daarom gemakkelijk, maar door vervorming onder de muntpers wordt het beter slijtvast (vergelijkbaar met constructiestaal). Aluminium is niet giftig en, hoewel het onedel is, goed corrosiebestendig doordat met de zuurstof uit de lucht een afsluitend laagje aluminiumoxide gevormd wordt, dat het onderliggende aluminium tegen aantasting beschermt.

Sedert het begin van deze eeuw wordt aluminium als muntmetaal gebruikt.

De eerste aluminiummunten zijn in 1907 in Groot-Brittannië geslagen voor Brits West-Afrika (1/10 penny met het omschrift NIGERIA BRITISH WEST AFRICA) en Oost- Afrika (1 cent met het opschrift EAST AFRICA & UGANDA PROTECTORATES).

Tegenwoordig worden de meeste aluminiummunten met 2-5% magnesium gelegeerd om de slijtvastheid te verhogen.

K.

2. In Duitsland werd in 1922-1923 aluminiumfolie bedrukt als noodgeld met waarden van 20-100 miljard mark. Er waren drie verschillende uitgevende instanties, waarvan er twee ook betrokken waren bij de vervaardiging van deze "biljetten": de Vereinigte Aluminiumwerke A.G. Lautawerk te Brandenburg, Breisgau Walzwerk G.m.b.H. te Teningen (Baden- Wurttemberg, BRD), en de gemeente Teningen.

A.

Lit.: Keller, A., Das Deutsche Notgeld besonderer Art, München1977.